Waarop verliest u inkomsten?

Bron: Robert Jan Blom

Vanaf deze stek heb ik meerdere malen beweerd dat een faillissement in 95 procent  van de gevallen een kwestie is van eigen schuld, dikke bult. De meeste ondernemers die ik spreek, zijn het – soms na enig tandenknarsen – met me eens. Een minderheid blijft het eigen gemoed halsstarrig vrijpleiten door te wijzen op de crisis, een wanbetaler of op ander onheil dat hen plots overviel. In vrijwel alle gevallen hadden de gevolgen van deze externe oorzaken voorkomen kunnen worden wanneer er tijdig was ingegrepen maar, ik geef het toe, er kunnen zich ook omstandigheden voordoen waarin een ondernemer volkomen machteloos moet toezien hoe zijn faillissement dichterbij komt. Bijvoorbeeld omdat de wet de weg naar verbetering verspert, zoals in geval van arbeidsrechtelijke conflicten of wanneer het salaris van een zieke werknemer moet worden doorbetaald.

‘Ik loop in de ziektewet’

Veel mensen gebruiken nog altijd de term ‘ik loop in de Ziektewet’ wanneer zij een paar weken met een fruitmand op schoot thuis zitten maar feitelijk zouden zij iets anders moeten zeggen: ‘Ik teer in op de portemonnee van mijn baas’ of iets in die geest. Sinds 1996 kunnen alleen zieken die geen werkgever hebben, zoals bijvoorbeeld oproepkrachten of uitkeringsgerechtigden, nog met recht zeggen dat zij in de Ziektewet lopen. Na veel discussie werd deze wet in dat jaar grotendeels geprivatiseerd via de invoering van de Wet uitbreiding loondoorbetalingsverplichting bij ziekte. In hun oneindige wijsheid hadden politici een manier bedacht via deze Wulbz, zoals de wet in vakjargon heet, het ziekteverzuim terug te dringen. Voorheen hoefde een werkgever het loon van een zieke werknemer maar een paar weken door te betalen waarna deze in de Ziektewet belandde; de Wulbz verplichtte de ondernemer echter gedurende een heel jaar de beurs te trekken. In 2004 werd deze verplichting zelfs nog verruimd tot twee jaar.

Exit ‘zieke man van Europa’

Het idee was dat werkgevers, uit angst te moeten blijven betalen, veel meer aandacht zouden gaan besteden aan re-integratie en preventie. Of het heeft geholpen? In 1993 zat 6,2 procent van de werknemers ziek thuis, in 2013 nog maar 3,9 procent. Ruud Lubbers, die ons land begin jaren tachtig als ‘de zieke man van Europa’ afficheerde, mag zijn excuses komen maken: met dit percentage, dat nog altijd een dalende trend vertoont, zitten we zelfs onder stugge werkers als de Duitsers. Toch is dit succes zeker niet alleen aan de Wulbz te danken, integendeel, twee jaar na de start van de Wulbz steeg het ziekteverzuim met een half procent. Onderzoek wees uit dat een samenspel tussen de Wet verbetering Poortwachter (2002), een reeks arbo-convenanten en de verslechterende conjunctuur debet was aan de daling die na de tussentijdse oprisping weer inzette. Analyse maakte ook duidelijk dat de maatregelen goed zijn opgepakt door grote bedrijven die hun HR-afdelingen opdracht gaven tot veelomvattende re-integratietrajecten, maar dat het effect op kleinere bedrijven, waar het verzuim toch al veel lager is, buitengewoon laag is gebleven. Sterker nog, kleinere bedrijven ondervinden vooral nadelen van de wetgeving.

Superman

Nederland zit tegenwoordig vol met piepkleine ondernemingen. De meeste behoren weliswaar tot de categorie zzp’ers maar ook eenpitters kunnen zo veel werk op zich af zien komen dat ze een personeelslid nodig hebben. Het is voor hen te hopen zij een soort superman- of vrouw vinden want wat gebeurt er wanneer deze medewerker geveld wordt door een langdurige ziekte? Enkele lezers vertelden mij bijna in snikken over de situatie waar zij zich in waren terecht gekomen. Omdat het uitgevallen personeelslid niet gemist kon worden, werd er een vervanger aangetrokken. De uitgaven voor het extra salaris én het loon van de zieke stegen met € 40.000 per jaar. Vanwege de stevige premies en de bijkans vuistdikke contracten, hadden ze zich niet verzekerd tegen doorbetaling bij ziekte. De ondernemers die ik sprak, konden het  dubbele salaris niet meer opbrengen. Maar de wet bepaalde dat ze moesten blijven betalen, tot twee jaar aan toe. Zo werd een faillissement ten slotte onvermijdelijk, hoe goed ze ook draaiden.

Veertig mille afgetroggeld

Een andere kleine ondernemer vertelde me hoe hem met de wet in de hand veertig mille werd afgetroggeld. Tussen hem en zijn enige medewerker ontstond een meningsverschil. Hierop nam het personeelslid zelf ontslag: hij schreef een ontslagbrief en verliet de onderneming. Drie dagen later ontving de ondernemer een mailtje van de medewerker: hij had zich vergist en wilde bij nader inzien gewoon door blijven werken. Daarmee ging de ondernemer niet akkoord. Tot zijn verbazing bracht de medewerker, die nota bene de eer aan zichzelf had gehouden, advocaten in stelling. Voor de rechter wist hij uiteindelijk zijn gelijk te halen: de ondernemer had de man eigenlijk terug moeten nemen. Moraal van het verhaal: de medewerker moest worden afgekocht met € 30.000 en of hij ook nog even de factuur van de advocaat wilde betalen (€ 10.000). De vele uren die de werkgever aan de zaak had besteed, bleven onvergoed. Elk jaar weer worden duizenden ondernemers getroffen door dit soort situaties. Zij moeten er niet aan denken ooit nog personeel aan te nemen of medewerkers te laten doorwerken nadat hun jaarcontracten ‘over de houdbaarheidsdatum’ heen zijn. Jazeker, de meeste faillissementen zijn met goed management te voorkomen. Maar waakzaamheid blijft geboden, het gevaar kan ook uit een onverwachte hoek komen, zoals het wetboek.

Het verzuim in uw bedrijf kan ook omlaag!

Wij brengen het verzuim in uw bedrijf terug. Bel ons op 0317 414 262 of vraag een offerte aan.

offerte aanvragen